Zoek op trefwoord, naam of systeem:

Blog

  • 16
    maart
    2015
    Marcel Funke, Technology Professional

    AppSense DesktopNow

    AppSense is in 1999 opgericht in Engeland en richt zich voornamelijk op het ontwikkelen van user virtualisatie technologieën. Van de verschillende producten die AppSense ontwikkelt zal in deze blog AppSense DesktopNow worden besproken.

    DesktopNow

    DesktopNow is een totaaloplossing van AppSense voor User Virtualisatie. Het is schaalbaar en het biedt mogelijkheden om data en applicaties over verschillende platforms beschikbaar te stellen. Dit kan op verschillende manieren, bijv. d.m.v. gevirtualiseerde applicaties of simpelweg lokale installaties.

    DesktopNow maakt gebruik van drie verschillende methodes:
    1.     Het beheren van gebruikersinstellingen van diverse applicaties;
    2.     Het beheren van de gebruikers rol, groeps- en beleidsregels;
    3.     Het deployen van deze settings aan de hand van de vast gestelde beleidsregels.

    Om dit alles te kunnen reguleren heeft AppSense vier verschillende componenten ontwikkeld, namelijk: AppSense Management Center (AMC), Environment Manager (EM), Application Manager (AM) en Performance Manager (PM). Deze componenten vormen samen de basis voor een oplossing die DesktopNow heet.

    Het deployen van DesktopNow

    Voordat je bezig gaat met DesktopNow moet er aan de volgende requirements worden voldaan:

    • Een management server;
    • Een SQL database met hierop twee accounts (één DataBase (DB) creator en één service account);
    • Geactiveerde Internet Information Service met BITS ondersteuning.

    De management server fungeert als een centraal aanstuurpunt voor deze applicatie. Deze houdt contact met de SQL database en dient als broker voor de client systemen. De broker kan via de management server voor een gespecificeerde gebruiker informatie uit de SQL database halen.

    Eerst moet DesktopNow geïnstalleerd worden op de management server. De installatie is een eenvoudig proces doordat de wizard is voorzien van een stap die ‘Prerequirements’ heet. Binnen deze stap zal de installatie aangeven welke onderdelen nodig zijn. Wat tijdens de Prerequirements-stap als missend wordt opgegeven, kan door de wizard zelf worden meegenomen in de installatie. Het onderdeel AMC wordt altijd geïnstalleerd. Daarnaast kan er gekozen worden welke aanvullende componenten geïnstalleerd dienen te worden (EM, AM, en/of PM). Tijdens de installatie dient het juiste account gebruikt te worden om de SQL connectie te configureren. Om de juiste database aan te kunnen maken moet een account gebruikt te worden met database creator rechten. Dit account zal één keer gebruikt worden tijdens de installatie. Het andere account, het service account, wordt gebruikt om de services te draaien. Deze zal door AMC gebruikt worden om data op te halen en weg te schrijven naar de SQL database.

    Vier componenten

    Na de installatie kun je als administrator vier verschillende componenten tot je beschikking hebben. Elk component heeft zijn eigen doel en functionaliteiten. Hieronder zal per component uitgelegd worden wat het kan.

    1. AppSense Management Center
    AppSense Management Center dient als Broker tussen de Client computers en de SQL database. Om dit goed te kunnen doen beschikt AMC over verschillende opties:

    • Home functie. Binnen deze functie kun je zien als welke gebruiker je onder de AMC module ingelogd bent. Dit kan van belang zijn als er meerdere gebruikers ingesteld zijn.
    • Deployment Groups. Dit is de grootste en misschien wel de belangrijkste optie binnen AMC. Hierbinnen kunnen namelijk eenvoudig groepen worden aangemaakt waar vervolgens packages naar kunnen worden sturen. Een Deployment Group kan op verschillende manieren aangemaakt worden. Zo kunnen handmatig alle computers toegevoegd worden die je in een specifieke groep wilt hebben. Mocht er al een uitgebreide active directory zijn opgezet, zou er per Organisational Unit (OU) een groep aangemaakt kunnen worden. Ook zou ervoor gekozen kunnen worden om dit te reguleren op basis van operating system. Dit is slechts een greep uit de verschillende opties die gehanteerd kunnen worden.
    • Alerts. Hierin worden alle foutmeldingen verzameld door AMC. Als administrator kun je binnen de alerts opties keuzes maken m.b.t. welke foutmeldingen wel en niet verzameld dienen te worden. Zo zou je er voor kunnen kiezen om alerts van het opstarten van applicaties weg te laten, maar alerts die te maken hebben met niet up-to-date computers wel weer te geven.
    • De Package Library laat alle package versies zien die in de loop der tijd zijn aangemaakt.
    • Reports. Binnen de report functie zijn een flink aantal standaard rapporten gedefinieerd. Zo kan er bijvoorbeeld een rapport worden opgemaakt waarin staat hoe vaak bepaalde applicaties gestart worden en of er gebruik gemaakt wordt van illegale software (verlopen licenties).
    • Security en Enterprise Licensing. Binnen de Security optie kun je gebruikers aanmaken met rechten voor het gebruik van AMC, EM, AM en PM. Binnen de Enterprise Licensing optie kun je zien of de licentie voor DesktopNow nog geldig is of niet.

    2. Environment Manager
    Environment Manager is bedoeld om het voor de beheerder eenvoudig te maken verschillende Deployment Groups te voorzien van de voor hen benodigde toegang en restricties. Stel, we nemen een afdeling Finance. De afdeling heeft een eigen netwerkschijf waarbinnen zij al hun gegevens bewaren. Deze netwerkschijf mag in verband met de salarisadministratie alleen voor hen toegankelijk zijn. Binnen de logon trigger maken we een action aan. Hierin definiëren we dat wanneer een gebruiker lid is van de afdeling Finance hij de netwerkschijf \\departmentdrive\Finance gemount krijgt. Omdat de afdeling Finance veel berekeningen moet maken starten we de calculator ook op wanneer de gebruiker inlogt. Dit zijn allemaal eenvoudige opties die aan de hand van het doorlopen van een wizard ingesteld kunnen worden. Daarnaast kunnen we eenvoudig afhankelijkheden instellen via Environment Manager. Mocht bijvoorbeeld bepaalde data alleen binnen het bedrijf ingezien worden kan dit worden afgeschermd. Stel dat onder de netwerkschijf Finance een map zit waarin de kwartaalcijfers van het bedrijf worden bijgehouden, dan kunnen we specifiek voor deze map een dismount instellen. Dit kan op basis van een IP range, mac adres, log in tijd (bijvoorbeeld het pand is tot max 18:00 uur open daarna is de map gesloten) of zelfs type machine (desktop, laptop of mobile device).

    3. Application Manager
    Application Manager lijkt qua werking erg op Environment Manager. Echter kunnen hier regels en restricties worden ingesteld voor het gebruik van applicaties. Wil je bijvoorbeeld niet dat gebruikers een wachtwoord op office documenten kunnen zetten, kun je m.b.v. een restriction wizard kiezen welke functie er niet gebruikt mag worden. Als dit vervolgens wordt opgeslagen en als package op de clients wordt gezet, wordt inderdaad de functie om wachtwoorden op documenten te zetten greyed out door het systeem.

    4. Performance Manager
    Performance Manager is een tool die bedoeld is om de prestatie van de clients te verbeteren. Standaard worden hiervoor een aantal pre-set instellingen aangeboden. Door AppSense zelf wordt geadviseerd om deze pre-sets te gebruiken, want AppSense heeft deze door de jaren heen steeds verder aangescherpt en verbeterd. Daarnaast voorkom je hiermee dat er misschien zaken worden afgeknepen die eigenlijk open hadden moeten staan.

    Al met al biedt DesktopNow een allround oplossing voor user virtualisatie problemen. Dit vanwege de schaalbaarheid en de mogelijkheid m.b.t. het op maat maken door de best passende componenten te kiezen.

mm

Auteur: Marcel Funke, Directeur

Trefwoorden: AppSense

Email Marcel Funke

Lees alle blogberichten van Marcel Funke

Deel dit bericht

Geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *